Op de hoogste trede van de verkeersregelaarsladder staan de weginspecteurs. Ook deze staan onder leiding van Rijkswaterstaat. Er zijn ruim 300 weginspecteurs dagelijks bezig om incidenten op autosnelwegen op te lossen. Zo moeten ze ervoor zorgen dat de rijbaan zo snel mogelijk vrij wordt gemaakt.
Daarnaast moeten ze zorgen voor een vlotte doorstroming, het verkeer omleiden en schadeherstel. Bijna iedereen die weleens op een autosnelweg komt heeft weleens een weginspecteur gezien. Ze zijn te herkennen aan de gele pick-ups en oranje verkeerskegels met witte banden. Iedere weginspecteur is in het bezit van een diploma voor verkeersregelaar.
Daarbij zijn er rond de vijftig weginspecteurs beëdigd tot Buitengewoon opsporingsambtenaar. Dit wordt ook wel een weginspecteur met BOA-status genoemd. Inspecteurs met de BOA-status mogen 4 veelvoorkomende overtredingen op snelwegen bestraffen. Dit zijn:
- Het negeren van rode kruizen boven de weg.
- Vrachtwagens die te hoog zijn om een tunnel te passeren.
- Het ten onrechte stilstaan / parkeren op de vluchtstrook.
- Het rijden in de rijrichting op de vluchtstrook.
Verder hebben weginspecteurs met een BOA-status ook optische- en geluidssignalen om eerder op de plek van het ongeval te komen.